Een
zeeman liep naar de kamer van de kapitein. Hij zag dat de deur open stond. Hij
zag dat Kapitein Scheloo op zijn stoel zat. De zeeman klopte aan. En hij ging
naar binnen. Kapitein Scheloo draaide zijn stoel om. Hij zag de zeeman en vroeg
aan hem:-Wat wil je, zeeman?
-Ik wil niets Kapitein.
-O ja, kom je alleen groeten?
-Nee, kapitein.
-Waarom ben je er dan?
-Ik wil niets zeggen, maar ik wil iets zeggen.
-Zeg maar.
-Kapitein… Hij slikte.
De kapitein keek naar hem en zei:
-Zegt het maar, zeeman.
De zeeman slikte nog eens.
De kapitein werd ongeduldig en zei:
-Heb je je tong verloren, zeeman?
-Nee kapitein!
-Begin dan rustig te vertellen wat er is?
De zeeman begon te grijnzen.
Kapitein Scheloo keek hem aan en zei:
-Kom op, zeeman. Als kapitein van dit schip heb ik weinig
tijd. Je krijgt nog een kans.
De zeeman zag aan het gezicht van de kapitein dat hij
serieus was. En begon meteen te praten.
-Kapitein, we hebben een kip.
De kapitein keek hem verbaasd aan.
-Wat is daar vreemd aan? Iedereen kan een kip hebben. Als
dit een grap is, dan weet ik een betere.
De zeeman zag dat geduld van Kapitein Scheloo egt op was.
-Ik ben heel serieus. Wij hebben een kip op het schip.
Kapitein Scheloo begon te lachen.
-Haa haa haa!
En hij zei:
-Zeeman, je bent echt grappig hoe komt een kip op het
oceaan. Zie je niet waar we zijn?
-Ik weet het, kapitein…
-Blijkbaar weet je niet waar we zijn.
De zeeman begreep niet waarom kapitein Scheloo boos was,
tenslotte zei hij niets verkeerd.
Kapitein Scheloo stond op. Hij zette twee stappen naar de
zeeman toe. De zeeman zette twee stappen terug.
Kapitein Scheloo stond stil en zei:
Zeeman, ben je ziek?
-Nee kapitein.
-Heb je misschien koorts?
-Nee.
Kapitein Scheloo keek hem aan.
-Waarom zeg je dan zo iets?
-Gewoon.
-Als het gewoon is, krijg je straf van mij.
De zeeman vreesde voor zijn baan. Kapitein Scheloo vroeg
aan hem.
-Kraait jou kip?
-Nee kapitein.
-De kip kraait niet, maar nu ga jij kraaien als een haan.
Na drie tellen begin je te kraaien.
Een, twee, drie…
-Uuuru uuuuu, Uuru uuu, uuru uuu…
Kapitein Scheloo begon hard te lachen. Hij zei:
-Zeeman, je bent een hele goede haan.
De zeeman werd boos en hij zei:
-Je luisterde niet naar mij. Wij hebben een kip op ons
schip.
-Wat een mooie verrassing voor mee. Nu begrijp ik je.
Breng die kip naar de kok.Ik wil vanavond vers kippenvlees eten.
-Dat kan niet kapitein.
-Waarom niet…
-Omdat!
-Ik wil niets horen, zeeman. Je doet de hele tijd heel raar
tegen me. Ik heb geen tijd meer voor jou. Jij moet doen wat ik je gezegd heb…
-Ik kan niet.
-Ik wil niets horen vanavond wil ik die kip op mijn bord
hebben.
De zeeman begint te zingen:
Ay, ay, kapitein, ay, ay kapitein,
Die kip kan je niet eten
Zij is nog te klein
Zij is geen kippetje maar een kuikentje.
Kapitein Scheloo vroeg aan hem:
-Hoe oud is ze dan.
De zeeman zei:
-Zij is een dag oud.
.
door Murat Tuncel
..................................
Not:
Eserin yayın hakları gözetilerek burada kısa bir bölümüne yer verilmiştir...
yapılacak alıntılarda yazarın bilgilendirilmesi, gerek etik, gerekse yasal
haklar açısından dikate alınmalıdır...
Dileyen okuyucularımız yazarla iletişime geçerebilirler...
www.edebiyat.nl
|