|
Jarenlang heb ik niet naar
de wolken gekeken. Toen ik klein was, lag ik op het gras naar de wolken te
kijken die elkaar achternazaten. Wat vlogen de voorste snel voorbij. Maar in
mijn jeugd waren de wolken nog heel hoog. Verschrikkelijk hoog. De wind, die van
het Kafkasgebergte kwam, dreef ze met een vaart vooruit naar de andere kinderen.
Ik koos uit al die wolken mijn racepaard. En ik weet nog heel goed dat ik daar
altijd een witte wolk voor uitkoos, want die vloog veel sneller en veel hoger
dan de andere. Sommige van de wolken die ik had uitgekozen, werden door de wind
uit elkaar gerukt en er bleef niet veel meer van over dan een paar flarden, die
weer opgingen in andere wolken. Deze wolken gingen niet naar de andere kinderen.
En misschien viel er ook wel nooit regen uit. Mijn wolken leken niet op het teer
dat ik uit mijn raam kon zien en ze leken in de verste verte ook niet op
pikzwarte regenwolken. De wolken uit mijn jeugd waren geen angstaanjagende
monsters. Ze waren altijd op dezelfde plek en het leek wel alsof ze op het punt
stonden in huilen uit te barsten. De wolk lachte zogenaamd een beetje, deed een
wedstrijd met de andere wolken.
Waar is mijn
horloge? Ik was zo verdiept in de wolken dat ik helemaal de tijd was vergeten.
Oei, en mevrouw Carolien komt nog wel. Ik ga lekker eten klaarmaken en dat gaan
we dan samen opeten. We zullen een beetje met elkaar praten. Zij heeft ervoor
gezorgd dat ik een kamer kreeg en daar ben ik heel blij mee. Nu moet ik iets
voor haar doen. Er moet ergens een begin zijn. Twee jaar heb ik naar zo’n kamer
gezocht. Voor anderen betekenen twee jaar misschien niets, maar voor mij
betekenen ze wel wat. Het is zoiets als een koor met heel veel stemmen. Nee, het
is geen koor, maar een orkest, het Nederlands Residentieorkest.
In twee jaar tijd
zijn mijn moeder en mijn vader overleden. Ben ik ontslagen uit de gevangenis.
Kwam er een eind aan mijn leven dat 32 jaar heeft geduurd. Ik was niet verliefd
geworden. Mijn gezondheid kreeg ik weer terug. Het lijk van Aslan heb ik naar
Turkije gestuurd… Wat hield hij van het leven. Hij was er zo aan verknocht.
Zelfs als het ijskoude water zijn spiernaakte lichaam deed verstijven, wikkelde
hij zich nog in het leven als in een warme deken. Men zegt wel eens dat liefde
en brood aan elkaar gelijk zijn, maar voor Aslan stond de liefde gelijk aan het
leven. Ik zal hem nooit vergeten. Nee, hem niet, maar ook Hacı Bülbül niet.
Ik heb hem op mijn
eerste dag ontmoet in het huis waar hij kamers verhuurt. Hij wees naar de drie
krakkemikkige stoelen in de kamer en zei: “Broertje van me, je bent pas
aangekomen in dit vreemde, heidense land. Alles is hier piekfijn in orde, net
als dit meubilair. Denk erom dat je niets verplaatst zonder mij daar toestemming
voor te vragen. Maak vooral de kachel niet aan zonder dat ik het weet. Je zult
hier trouwens heus niet klappertanden van de kou. En ik weet wat kou is. Ach,
mijn broertje, waar is ons koude weer gebleven, waar zijn onze koude winters? Je
kunt ze hier nog niet met een kaarsje vinden. Er is niets heerlijkers dan in de
sneeuw lopen. Ik verlang zo naar dat knisperende geluid uit mijn jeugd. Dat
geluid van lopen in de sneeuw. Mensen die de sneeuw en het ijs niet kennen,
zoals wij die kennen, reizen ’s winters af naar verre landen waar sneeuw valt.
Goed, nu zal ik je eens even op de hoogte brengen van mijn voorwaarden en als
die je aanstaan, kun je hier blijven.
Eigenlijk heb ik
helemaal geen plaats voor je, maar Satılmış staat het lege bed in zijn kamer aan
jou af omdat hij je kent. Hij heeft me er altijd geld voor gegeven, maar het
wordt hem zeker te duur. Misschien is hij op dit moment krap bij kas…...............
..................................
Not:
Eserin yayın hakları gözetilerek burada kısa bir bölümüne yer verilmiştir...
yapılacak alıntılarda yazarın bilgilendirilmesi gerek etik açıdan gerekse yasal
prosedür gereği dikate alınmalıdır...
Dileyen okuyucularımız yazarla iletişime geçerebilirler...
www.edebiyat.nl |